Als een vis in het water
Zwem ik door de binnenstad.
Een school vissen drijft uiteen,
Baant voor mij het pad.
De golven zijn als wolken,
Vogels met hun vleugels wijd
Vliegen met mij naar de zon
Die door de golven snijdt.
Ik zwem naar het terras
Waar jij zit in de zon.
Een weldadige warmte.
Ik verdrink in je ogen,
Jij verbrandt mij, o bron
Van water en vuur.